
Het volgende nieuws item werd onlangs gepubliceerd in Israël: Arutz Sheva, Aug 27th – “De Tempelberg, de plaats waar Avraham [Abraham] kwam om zijn zoon te offeren aan God, de plaats waar de eerste en de tweede Joodse Tempels stonden, waar de Joodse mensen voor honderden jaren hebben aanbeden en focus van iedere praktiserende Joodse bidder, ligt onder een toenemende bedreiging van het Islamitische-Christelijke Comite.
“Deze relatief nieuwe Palestijnse instelling is in staat geweest om de steun te winnen niet alleen van het hele regionale Christelijk leiderschap, maar ook van belangrijke christelijke persoonlijkheden uit het buitenland.
“De islamitische-christelijke Commissie heeft onlangs gewaarschuwd dat de Israëlische autoriteiten meewerken aan ‘een valse joodse geschiedenis’ van Jeruzalem, ‘de bezette stad,’ in het bijzonder ‘gericht op het gebied dat bekend is bij de joden als de Tempelberg.’ Het Comite waarschuwde voor een nieuwe ‘Judaïsering.’ Met dergelijke gefabriceerde leugens hielpen ze de Palestijnen om een zetel te veroveren in de internationale organisaties als Unesco en om de moslims te prikkelen tegen de Joden.”
In dit rapport, zien we de trieste waarheid dat niet alle christenen de profetische waarheid willen aanvaarden dat Israël bestemd is om terug te keren naar het Heilige Land in de laatste dagen. In plaats daarvan, zien zij de institutionele kerk – niet Israël – als het centrale element in Gods plan om de aarde te vernieuwen. Sommige hebben zelfs voor ogen dat hun kerkelijke hoofdkwartier naar Jeruzalem zal worden verplaatst als de tijd daarvoor rijp is, om de Heer te begroeten bij Zijn wederkomst in de Tweede Komst.
In hun denken, heeft de kerk Israël vervangen, en is voorbestemd om het spirituele platform te zijn die de weg zal effenen voor de terugkeer van de Heer, als Hij het Koninkrijk van God naar de definitieve bloei op Aarde zal brengen.
In hun wereldbeeld, aangeduid als de “vervangingstheologie”, is het moderne Israël slechts een tijdelijke toevalligheid die binnenkort terzijde zal worden geveegd in de vuilnisbak van de geschiedenis. Ze zien het als een vreemde uitloper van de Joodse Holocaust in de Tweede Wereldoorlog, met hun aanwezigheid in het Midden-Oosten als een irriterend stofje en een obstakel voor de vrede. Het gebruik van profetie, -waarover eeuwenlang geen goed onderwijs is gegeven- als argument, en daarmee elke poging om de lang gekoesterde posities te corrigeren, een dramatische weerstand zal ontmoeten.
In die arena, ontmoeten we dus een echte tegenstrijdigheid in de interpretatie van de Bijbelse profetie. In scherp contrast met deze visie, is het dispensationalisme ontwikkeld in de 19e eeuw onder leiding van John Nelson Darby en zijn directe steungroep. Ze herstelde de inmiddels uitgestorven apostolische leer van imminentie en plaats van een nationaal Israël in het centrum van de profetische vervulling. Als dispensationalisten, zien we niet de Kerk – het Lichaam van Christus - de centrale plaats van Israël innemen in de vervulling van de oudtestamentische profetieën.
Een deel van het probleem is dat christenen die deze denominationele geloofsbelijdenissen volgen slechts zelden (of helemaal niet) betrokken zijn bij een studie van de Bijbelse profetie. Eschatologie is bij hun buitenspel gezet, en wordt bijna beschouwd als irrelevant. Daarnaast wordt algemeen verondersteld dat dit zo verdeeld van aard is dat het met de nodige voorzichtigheid moet worden behandeld. Om deze reden geven de meeste seminaries deze vermaning mee aan hun jonge afgestudeerden om ze zo duidelijk van profetisch onderwijs af te houden, behalve in de meest simplistische termen. Met andere woorden, wees tevreden met: “Jezus zal terugkeren naar de Aarde op een dag.” Christenen die geloven dat in de laatste dagen Israël zal terugkeren naar het Heilige Land, staan voortdurend verbaasd over het wijdverbreide gebrek aan kennis over deze fundamentele Bijbelse profetie.
In feite zit er een lange traditie van machtspolitiek achter de houding van de theologen van vandaag. Religieuze rijken zijn opgebouwd en worden krachtig beschermd.
Het Islamitische-Christelijke Comite
Het eerder genoemde Comite bestaat uit theologen die het topje vormen van de ijsberg met de naam vervangingstheologie. Ze zijn a-millennialisten, met een begrip van profetie die teruggaat tot op Augustinus, wiens geschriften een reactie waren op de allegorische bijbelse interpretaties van de oudere kerkvaders. Hij sneed de voor hem vreemde profetische vermoedens weg, door te ontkennen dat er een toekomstig Millennium zou komen.
Natuurlijk, kreeg het nationale Israël geen plaats in zijn ogen. De Joden waren verbannen naar de vier hoeken van de wereld, en in zijn denken, zouden ze nooit meer terugkomen.
En ja, in het begin van de 5de eeuw, voorzag hij zelfs een duizend jarig Kerkelijk Tijdperk. Als die periode dan uiteindelijk voorbij is, komt zijn timing in diskrediet. Zijn volgelingen in de rooms-katholieke kerk vergeestelijkten dan de resterende periode, door het een onbepaalde duur toe te wijzen. Nogmaals, voor Israël werd geen plaats gevonden in deze vernieuwing van de profetische interpretatie.
Hoe gebrekkig het gevonden systeem van Augustinus over de eschatologie ook was, het werd praktisch universeel aanvaard door de middeleeuwse kerk. Eeuwen later, bleven de Roomse Kerk en de latere gereformeerde kerken zijn theologie accepteren als een stevige en juiste traditie, wat vandaag de dag nog steeds het geval is.
Het huidige Islamitische-Christelijke Comite bestaat uit kerkelijke leiders die de Augustijnse eschatologie volgen. Natuurlijk, zien ze Jeruzalem zoals hij het deed: de Stad van God als hoofdstad van de heidense wereld. De kerkelijke instellingen die zij vertegenwoordigen zijn allemaal doordrongen van dit concept van een vreemde heidense autoriteit.

Een van hen (links) is Rowan Williams, de aartsbisschop van Canturbury. Hij wordt aangeduid als een “Anglo-katholiek.” Hij zei onlangs: “Het is onmogelijk om te ontkennen dat christenen en moslims hier geen gemeenschappelijke agenda hebben: beide geloven hebben het op hun hart het levende beeld te openbaren van een gemeenschap verwekt naar Gods roeping en de wereld te laten zien wat Gods doel is voor de mensheid.”
Fouad Twal, de nieuwe Latijnse patriarch van Jeruzalem, in die hoedanigheid sinds 2008, nam onlangs deel aan een bijeenkomst met Williams in Londen. Daar protesteerde hij tegen feit dat er ‘meer dan 550.000 Israëliërs wonen in Oost-Jerusalam en op de Westelijke Jordaanoever.’ Hij sprak zich ook uit tegen het fenomeen dat “de demografie van Jeruzalem snel aan het veranderen was en de heilige ruimte wordt bedreigd.” Met andere woorden, hij verafschuwt het groeien van de joodse bevolking daar.
Een ander iemand is de voormalig aartsbisschop van het Vaticaan in Jeruzalem, Michel Sabbah. Hij heeft een beroep gedaan op Europa en de Verenigde Staten, en drong er bij hen op aan om het “Hebreeuws worden van Jeruzalem” te stoppen
De oprichter van het comite, is de Grieks-orthodoxe aartsbisschop van Jeruzalem, Atallah (Theodosius) Hanna. Sinds zijn benoeming in 2001, werd hij al snel een krachtig politiek activist, die in het openbaar de “Israëlische bezetting” aan de kaak stelde en werkte aan de institutie van de “Palestijnse identiteit.” Natuurlijk, is hij erg populair onder de Arabieren. Israëlische autoriteiten hebben hem echter herhaaldelijk gearresteerd op beschuldiging van “aanzetten.” tot onrust.
Hanna zei ooit: “De zelfmoordterroristen die hun activiteiten uitvoeren in de naam van religie zijn nationale helden en we zijn trots op hen.”
Supersessionisme
Er is een fundamentele fout in de theologie die zegt dat Israël is vervangen, deze het oordeel hebben gekregen en voor altijd verloren zijn in zonde.
Theologen verwijzen soms naar vervanging theologie als de “vervangingsleer.” Deze kerk visie bepaalt dat het Nieuwe Verbond het Mozaïsche Verbond heeft vervangen, welke verwijst naar het “Oude Verbond.” Op basis hiervan is men van mening dat met deze vervanging zij de beloften geërfd hebben die zijn gegeven aan de bijbelse Israëlieten.
Het is dan daarom alleen maar als natuurlijk dat de moderne kerkleiders Israël zien als een tijdelijke obstakel voor de vrede in het Midden-Oosten.
Echter het hedendaagse onderwijs daarover, heeft een fundamentele fout in hun theologie. Ze beginnen met het idee dat Israël voor altijd verloren ligt in zonde, om nooit meer verlost te worden. Echter, de apostel Paulus spreekt duidelijk over het volk Israël als zijnde het centrum van Gods plan op de lange termijn voor deze wereld. Zeker, iedereen met de geringste ervaring in de Schrift kan lezen over Paulus zijn verklaring over het doel van de verwerping van Israël:
1“Ik zeg dan: Zijn zij soms gestruikeld met de bedoeling dat zij vallen zouden? Volstrekt niet! Door hun val echter is de zaligheid tot de heidenen gekomen om hen tot jaloersheid te verwekken. Als dan hun val voor de wereld rijkdom betekent en het feit dat zij achteropkomen rijkdom voor de heidenen, hoeveel te meer hun volheid!1” (Rom. 11:11,12).
Hier stelt hij duidelijk dat de ineenstorting van Israël als de natie Israël slechts tijdelijk is. Het opzij zetten bracht redding voor de heidenen (door de dood van Christus, begrafenis en opstanding op het feest der Eerstelingen). Dan zegt hij dat ze daarna weer zullen oprijzen tot volheid. Om deze Schriftuurlijke waarheid weg te gooien, moet men eerst Paulus vernietigen als een apostolische autoriteit. Hij zegt dat Israël, net zoals Christus, zal opstaan uit de dood:
“Want als hun verwerping verzoening voor de wereld betekent, wat betekent dan hun aanneming anders dan leven uit de doden?” (Rom. 11:15).
Maar puur en simpel kunnen Paulus zijn uitspraken niet verkeerd worden geïnterpreteerd. Ze kunnen slecht worden genegeerd. En zo is het ook gedaan, door degenen die geloven dat de kerk het beloofde Koninkrijk is, als de twaalf stammen van Israël.
Volgens degenen die de vervangingsleer volgen, uit dit zich op verschillende manieren. Augustinus geloofde dat de kerk Israël had vervangen in termen van een nieuwe vorm van beheer met het vervangen van het oude. Hij zag deze ontwikkeling als historisch en praktisch.
Anderen zeggen dat de vervanging structureel is. Het is gewoon de natuurlijke ontwikkeling van Gods eeuwenoude plan voor de verlossing van de Aarde.
Weer anderen zien de vervanging door de kerk als straf van God voor de Joden, die nog steeds Jezus afwijzen. In de tweede eeuw schreef, Justinus Martyr: “Voor het echte geestelijke Israël zijn wij het, die zijn geleid tot God door middel van de gekruisigde Christus.”
In de derde eeuw, wordt Hippolytus geciteerd die zou hebben gezegd: “De Joden … zijn verduisterd in de ogen van uw [van de Heer] ziel met een duisternis volkomen en eeuwig.”
Onder vele anderen waren het, Hippolytus, Origenes en Luther die de overtuiging behielden dat de oudtestamentische profetieën ooit bedoeld waren voor de Joden maar aldus nu worden uitgelegd met betrekking tot de christenen.
En zoals hierboven vermeld, de meeste hedendaagse traditionele kerken blijven verschillende vormen van deze visie vasthouden, wat de weg vrijmaakt voor een nadrukkelijke verwerping van Israël in hun rechtmatig terugkeer naar het Land.
Wat is er mis met deze visie? Ten eerste is het onjuist om te geloven dat het Nieuwe Verbond een vervanging is voor het Mozaïsche Verbond. Christenen hebben geen verlossing ontvangen door de wet van Mozes, maar door het volbrachte werk van Christus.
En het onontkoombare feit is dat het verbond van Zijn priesterschap terug gaat tot Abraham, eeuwen vóór Mozes het verbond van de Wet ontving op de berg Horeb.

Het priesterschap van Melchizedek
De schrijver van Hebreeën maakt dit duidelijk, door er aan te herinneren dat Abraham, na de militaire nederlaag van de vier heidense koningen, een tiende gaf aan de priester Melchizedek.
“Merk nu op hoe groot hij geweest is, iemand aan wie de aartsvader Abraham zelfs een tiende deel van de buit gegeven heeft. Diegenen uit de zonen van Levi die het priesterschap ontvangen, hebben wel volgens de wet de opdracht om tienden te nemen van het volk, dat is van hun broeders, hoewel die ook uit het lichaam van Abraham voortgekomen zijn. Hij echter, die niet van hen afstamt, heeft van Abraham tienden genomen, en hij heeft hem gezegend die de beloften gekregen had. Nu is het ontegenzeglijk zo dat wat minder is, gezegend wordt door wat meer is. En hier nemen sterfelijke mensen tienden, maar daar nam iemand ze van wie getuigd wordt dat hij leeft. En – om zo te zeggen – ook Levi, die tienden neemt, heeft door Abraham tienden gegeven. Want hij was nog in het lichaam van zijn vader, toen Melchizedek hem tegemoet ging.”(Hebr. 7:4-10).
Levi, het priesterschap van de Mozaïsche wet, waarvan hier wordt aangetoond dat het een inferieur priesterschap moet zijn aan dat van Melchizedek, op grond van een actie van Abraham in de richting van Melchizedek. De schrijver van de Hebreeën-brief gaat dan verder met er op te wijzen dat Christus geestelijke erfenis afkomstig is van Levi, in plaats van Mozes en Aäron:
“Als dan door het Levitische priesterschap de volmaaktheid bereikt had kunnen worden – want onder dit priesterschap had het volk de wet ontvangen – waarom was het dan nog nodig dat er een andere Priester naar de ordening van Melchizedek zou opstaan, Eén van Wie niet gezegd kan worden dat Hij naar de ordening van Aäron was? Als het priesterschap verandert, vindt er immers ook noodzakelijkerwijs een verandering van de wet plaats. Want Hij van Wie deze dingen gezegd worden, behoort tot een andere stam, waarvan niemand zich ooit tot de altaardienst begeven heeft. Het is immers overduidelijk dat onze Heere van Juda afstamt, over welke stam Mozes niets gezegd heeft in verband met het priesterschap. En dit wordt nog veel duidelijker, als er naar het evenbeeld van Melchizedek een andere Priester opstaat, Die dat niet geworden is op grond van een wettelijk voorgeschreven afstamming, maar uit kracht van onvergankelijk leven. Hij getuigt immers: U bent Priester in eeuwigheid, naar de ordening van Melchizedek.” (Hebr. 7:11-17).
Een geestelijk priesterschap
In zijn eerste brief, spreekt Petrus van degenen die geen volk waren, maar nu door Christus en de genade van God leden van Zijn familie zijn geworden, met de mogelijkheid om op te treden als priesters en mede-regenten:
“Maar u bent een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilig volk, een volk dat God Zich tot Zijn eigendom maakte; opdat u de deugden zou verkondigen van Hem Die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht, u, die voorheen geen volk was, maar nu Gods volk bent; u, die zonder ontferming was, maar nu in ontferming aangenomen bent. ”(1 Petrus 2:9,10.).
Zeker, dit houdt niet in dat God ene groep (de Joden) moet wegdoen, om de status van een andere groep (de Kerk) te verheffen.
Toch is dat de motivatie achter de theologie van het Islamitische-Christelijke Comite. Het wordt aangedreven door een eeuwenlang uitgieten van vitriool, uitgedrukt in een walgelijke taal. De groep omvat ook het lidmaatschap van Sheikh Tamimi, een hooggeplaatste rechter in de Palestijnse Autoriteit (PA). Hij zei eens: “Misschien op een dag als de wereld wakker wil worden en beseffen dat deze zionistische elementen de bloedzuigers zijn die hangen aan de volkeren, hun bloed opzuigen en hun middelen consumeren.”
De leiders van deze groep hebben voor een lange tijd, hand-in-hand gewerkt met de PLO, Yasser Arafat, en huidige leider van de PA, Mahmoud Abbas.
Het Arutz Sheva artikel sloot af met deze korte historische schets: “23 december, 1995, is de datum voor het keerpunt van de islamitisch-christelijke alliantie tegen de Joden in Jeruzalem. De Grieks-orthodoxe patriarch van het heilige land, Deodorus I, overhandigde het bezit van Kerken in Jeruzalem aan de PLO-leider Arafat. Dit werd gedaan in het bijzijn van de katholieke, anglicaanse en Grieks-orthodoxe aartsbisschop.
“De patriarch verklaarde, ‘Ik ben de erfgenaam van Sophronius en ik ben het die de sleutels overhandigd (van de christelijke heilige plaatsen in Jeruzalem) aan de erfgenaam van Omar Ibn al-Khattab.’
“Omar, de kalief die Jeruzalem vorderde van de Byzantijnen in 638, gaf vervolgens aan Patriarch Sophronius een belofte van bewaring van de Kerken, om deze te beschermen. Dez huidige stap was bedoeld om de christelijke heilige plaatsen onder de hoede van Arafat te brengen, een moslim, met een versterking van de Arabisch-islamitische aanspraak op Jeruzalem als de hoofdstad van een Palestijnse staat.”
Het artikel eindigt met de vraag: “Zal deze nieuwe islamitische-christelijke alliantie in staat zijn om de Europese Unie, de VN en de VS ervan te overtuigen om Jeruzalem, ‘Al Quds’ te dopen?” Deze islamitische naam voor Jeruzalem, betekent “de heilige.” In verband daarmee het wijst het de Israëlische hoofdstad aan als “de heilige plaats.”
Zeer zeker is het dat, met een geschiedenis die teruggaat tot Abraham, die tienden betaald aan de hogepriester Melchizedek voor deze plaats, en later hier Isaak als offer bracht, op de heilige berg. Het is de plaats van de beide Tempels en de plaats waar koning David regeerde. Zijn heiligheid was er gevestigd voordat er ooit een islam was. En haar profetische lot als stad Gods is een van de meest fundamentele thema’s van de Bijbel. Het Comite zou moeten weten dat het veranderen van de naam van deze eeuwige stad niets zal veranderen van wat er is geschreven … en waaraan zal worden voldaan.
Bron: Islamic-Christian Alliance in Israel | Prophecy In The News
Bron: http://www.wimjongman.nl
Vrede zij u,
Henk
www.weeswaakzaam.com





